Het is een snikhete zomerdag wanneer ik mij begeef naar Amsterdam Zuidoost om het bijzondere levensverhaal vast te leggen van Lies Cruden. Lies heeft erom gevraagd het interview bij haar zoon Gordon af te nemen, in aanwezigheid van haar man René Cruden. Beide hebben een grote rol gespeeld in het opgraven van haar familiegeschiedenis en vanuit haar dankbaarheid wil ze hen er graag bij hebben.

Lies en ik hebben vanaf het eerste moment een klik. We hebben beide een band met het Voormalig Nederlands-Indië, maar ook met Suriname. Lies heeft daar een deel van haar familiegeschiedenis liggen, terwijl ik mij met Suriname verbonden voel via mijn onderzoek naar de levens en ervaringen van Javaans-Surinaamse vrouwen

Lies Cruden werd in 1936 in Malang geboren uit twee Surinaamse ouders. Haar vader, geboren in Coronie in 1898, was iets ouder dan mijn overgrootvader toen hij in 1922 in dienst trad van wat toen nog het Koloniale Leger (KL) heette en richting Indië vertrok. In 1930 liet hij de vrouw overkomen, die inmiddels ‘via de handschoen’ met hem getrouwd was. Haar naam was Elsje Beudeker en zij was in 1909 in Paramaribo geboren. In de jaren erna werden er drie meisjes geboren: Corry, Joosje en uiteindelijk Lies.

Vlak voor Lies haar zesde verjaardag vielen de Japanners Nederlands-Indië binnen. Lies en haar zussen en moeder waren op dat moment in Suriname, maar besloten zo snel mogelijk naar Indië af te reizen om op zoek te gaan naar hun echtgenoot en vader. Ze zouden hem pas na de oorlog in Amsterdam terugzien, want de vader van Lies was inmiddels afgevoerd naar Sumatra om tewerkgesteld te worden aan de Pakan Baroe Spoorweg, om vervolgens overgeplaatst te worden naar Siam (het huidige Thailand) om aan de Birma spoorweg te werken, terwijl hij na de oorlog direct kon meevechten in de dekolonisatieoorlog met Indonesië (1945-1950).

Lies bracht de oorlog alleen met haar zusjes en haar moeder door. Het Jappenkamp, waarnaar ze uiteindelijk afgevoerd werden en waarin ze vanwege hun huidskleur een uitzonderlijke positie innamen, overleefden ze ternauwernood.

Voor Lies is het belangrijk dat er meer bekendheid wordt gegeven aan haar uitzonderlijke verhaal en dat van de andere zwarte vrouwen die de oorlog in Indië zonder hun echtgenoten door moesten komen. Tijdens het interview zei ze daarover:

‘Het doet mij pijn dat er nog steeds zo weinig aandacht is voor het Surinaamse aandeel in de geschiedenis van het Voormalig Nederlands-Indië. Waarom besteedt zelfs de jaarlijkse Indië-herdenking op 15 augustus nauwelijks aandacht aan de zwarte soldaten die in het KNIL onder Oranje hebben gediend? De ontberingen die wij moesten doorstaan zijn het toch ook waard om bij stil te staan? Doen onze ervaringen er dan niet toe?’

Lang is er niet over het verleden gepraat binnen de familie van Lies, maar nu vindt ze het tijd worden om dat zwijgen te doorbreken:

‘Als kind leerde je vooral om je mond te houden en volwassenen geen vragen te stellen. Maar ik ben blij dat kinderen tegenwoordig veel vrijer zijn en honderd uit vragen stellen. Want kinderen willen weten wie ze zijn en waar hun roots liggen, wie hun voorouders zijn. Dus moeten we erover praten. Aan de bigi’s, de volwassenen onder ons, zou ik daarom willen zeggen: “Vertel erover, ga niet weg voordat je jouw geschiedenis hebt overgedragen aan je kinderen en kleinkinderen”. En aan de jongeren zou ik willen zeggen: “Ga schatgraven, zodat je bewijzen vindt, zwart-op-wit over wat er in het verleden gebeurd is en welk effect dat op jouw familie gehad heeft. Door het verleden te onderzoeken, ontdek je dat jouw persoonlijke geschiedenis veel breder is dan jouw eigen familie en door veel mensen gedeeld wordt. En dat is een belangrijk besef. Pas als je elkaars geschiedenis en verhalen kent en deze in alle openheid en met wederzijds respect met elkaar kunt delen, pas dan kun je werken aan verzoening en verdraagzaamheid’.

Na het interview, praten we nog lang na, tot het tijd is om op te breken. Bij het afscheid geeft Lies mij een warme brasa (knuffel), die nog lang na blijft gloeien. Een paar dagen later belt Lies me op en hebben wij onze eerste lange gesprek. ‘Yvette, ik wil je bedanken’, zegt ze, ’Ik ben blij dat je dit boek gaat schrijven en dat mijn verhaal erin zal staan. Het heeft me heel erg goed gedaan om mijn levensverhaal met je te delen en te weten dat het bij jou in goede handen is’.

En nu ben ik aan de beurt om Lies te bedanken! Lies, bedankt voor de vele mooie gesprekken die we hadden, en die ons dieper in elkaars ziel deden kijken. Ik hoop dat we nog vele jaren mogen genieten van onze vriendschap en al wat ons met elkaar verbindt.

Ga naar Antara Nusa Campagne

 

mm

Yvette (1966) werd op Aruba geboren uit een Indische vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar vierde in Nederland. Als schrijver, onderzoeker en docent houdt ze zich al 20 jaar bezig met het verzamelen van levensverhalen van migrantenouderen, waaronder die van Indische Nederlanders. Delen is helen. Dat is de drijfveer waarmee ze levensverhalen zichtbaar maakt in boeken, websites en tentoonstellingen. Wanneer we mensen uitnodigen hun levensverhaal te delen, dan ontstaat er ruimte voor heling en verzoening, vertellers alsnog erkenning vinden voor ervaringen die al te lang genegeerd zijn.
In het verleden werkte Yvette onder andere bij Imagine Identity and Culture in Amsterdam Zuidoost en bij het Indisch Huis in Den Haag. Momenteel werkt zij vanuit haar eigen stichting Zieraad (.https://zieraad.wordpress.com/) aan diverse projecten die te maken hebben met het dekoloniseren van geschiedenis. Zo heeft Zieraad samen met Dana Saxon het lesprogramma Ancestors unKnown Nederland ontwikkeld, dat leerlingen aanmoedigt om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Op deze manier krijgen kinderen toegang tot onderbelichte geschiedenissen en hebben ze een belangrijke tool in handen om hun identiteit op een positieve manier te versterken.

Facebook Comments

Tagged with: , , , ,