Een paar weken geleden bracht ik een bezoek aan Machianus (roepnaam Mick of Mickey) Mandaka, een van de vertellers uit het boek en geboren in 1940 als zoon van twee Timorese ouders in het plaatsje Manokwari (voormalig Nieuw-Guinea). Ik had met hem afgesproken, omdat hij thuis geen computer heeft en dus het portret dat ik over zijn leven geschreven heb niet kon nalezen. Bovendien was ik benieuwd of hij nog meer foto’s had uit de periode vlak na aankomst in Amsterdam.

Eenmaal geïnstalleerd op een van de drie fauteuils die de woonkamer rijk is, vraagt Mickey mij of ik het verhaal voor wil lezen. Hij maakt zich zorgen of ik wel voldoende had om over te schrijven, omdat hij niet veel verteld heeft – denkt hij, want ik weet wel beter. Als ik begin te lezen, realiseer ik me dat zijn levensverhaal een behoorlijk verdrietig begin kent. Ik voel zijn emotie opkomen wanneer ik de passage voorlees waarin hij vertelt over de oorlog. Hoe zijn vader, die dienst deed in de Nederlandse Marine, bij het uitbreken van de oorlog samen met de Belanda mariniers moest uitwijken naar Australië, en hoe hij zijn vader nadien nooit meer terug zou zien. Hoe hij samen met zijn moeder en zijn broers honger leed, omdat zijn moeder na het vertrek van haar man geen inkomen meer had en dus geen eten. Hoe zijn moeder ernstig ziek werd en hij, amper vier jaar oud, in haar plaats naar eten moest gaan zoeken, maar dat niet vond  Hoe zijn hij zijn twee broertjes voor zijn ogen zag sterven van de honger, zonder dat hij daar iets aan kon veranderen.

Ik lees snel verder. Hoe hij na afloop van de oorlog zijn school kon hervatten en om moest schakelen naar Nederlands onderwijs. Hoe de werkgevers al in de rij stonden, voordat hij met 15 jaar klaar was met school, omdat er een enorme vraag was naar werkkrachten. Hoe hij kwam te werken bij de meteorologische dienst, een job die hem op verschillende plekken in Nieuw-Guinea zou brengen. Hoe hij in 1962 voor de keuze werd gesteld: in Nieuw-Guinea blijven en de Indonesische nationaliteit aannemen of naar Nederland vertrekken en de Nederlandse nationaliteit aannemen. Hoe hij, zonder afscheid te nemen van zijn moeder, samen met een stel vrienden naar Nederland vertrok, het avontuur tegemoet. Hoe hij uiteindelijk trouwde met de dochter van de pensionhoudster, waarmee hij volgend jaar 50 jaar getrouwd zal zijn.

Als ik klaar ben met lezen, schiet Mickey ineens vol. Ik geef hem tijd en dan zegt hij: ‘Die honger vergeet je nooit meer, daaraan terugdenken doet pijn. Maar het is goed zo. Je hebt het precies zo opgeschreven als ik het beleefd heb.’ We kijken elkaar in de ogen, even is er dat diepe, woordeloze weten. Dan drinken we in stilte onze thee en komen de sterkte verhalen los over een gelukkiger periode in zijn leven: de eerste jaren in Amsterdam, toen hij net was aangekomen en de stad nog verkend moest worden. Hoe hij zich samen met zijn vrienden in het Amsterdamse uitgaansleven stortte. Mickey noemt Sheherazade aan de Wagenstraat, met hun huisorkest ‘The Diamond Five’. Bar San Francisco en nachtclub Casablanca komen voorbij, beide gelegen aan de Zeedijk. In Casablanca trad George Baker geregeld op en ook Kid Dynamite. Een broedplaats Indo rock en Suri rock. En dan was er nog De Kroon en hotel Schiller aan het Rembrandtplen. De eens zo stoere Casius Clay look-a-like zou in het uitgaansleven geregeld om een meisje op de vuist gaan met Hollandse jongens. Het was een vechtersbaas, zo bevestigt ook zijn vrouw Joke, maar wel eentje met een goede look, met charme en een gouden hart.

We zetten onze thee neer en gaan op zoek naar foto’s die herinneren aan die tijd. Wanneer het tijd is om naar huis te gaan, krijg ik een warme handdruk en realiseer ik me eens te meer: delen is helen. Ook voor Mickey!

Ga naar Antara Nusa Campagne

Facebook Comments

Tagged with: , , ,