Migranten uit Indië/Indonesië zijn door de jaren heen als de meest succesvolle migrantengroep in het Nederlandse collectieve geheugen terechtgekomen. Voor velen vormen zij het toonbeeld van assimilatie: ze zouden zelfs zo geruisloos zijn opgegaan in de Nederlandse cultuur en identiteit, dat anno 2017 vrijwel niemand nog weet wie zij zijn (!).

Ook in de familieverhalen die in mijn eigen familie circuleren zie ik het idioom van ‘aanpassen’ opdoemen. Mijn oma, zo schreef ik in mijn vorige blog, wilde dat haar kinderen ‘nog Hollandser dan de Hollanders’ werden en zich zo snel mogelijk aanpasten aan dat wat binnen de contact van het koloniale Indië generaties lang was verheerlijkt: de Nederlandse cultuur en identiteit. Herinneringen aan de periode van oorlog, Bersiap en dekolonisatie werkten bovendien zo ontregelend, dat mijn oma liever vooruit keek dan achterom.

Mick Mandaka met zijn verkering Joke, nu bijna 50 jaar samenToch moeten we voorzichtig zijn om dit verhaal van aanpassen als het enig mogelijke en ‘ware’ verhaal rondom de aankomst en inburgering van Indische Nederlanders te zien. Wie de moeite neemt om het verhaal achter het verhaal te ontdekken en te luisteren naar de nieuwkomers van toen, ziet nog een andere werkelijkheid opdoemen. Een werkelijkheid waarin men zich aanpaste, maar even zo vaak weerstand bood tegen de op hen uitgeoefende assimilatiedruk. De strategie die de meesten van hen volgden om in Nederland in te burgeren, was er niet zozeer een van geruisloze assimilatie, maar eerder een van aanmoedigende wederzijdse integratie, waarbij Nederlanders net zo hard integreerden in de Indisch/Indonesische cultuur als andersom. Mijn oma bijvoorbeeld hield thuis huisfeesten, waarbij iedereen die maar komen wilde welkom was. Toen ze verhuisde naar een portiekflat in de zojuist opgeleverde Europawijk, wist ze het hele portiek te verleiden om eens iets anders te eten dan zuurkool en stamppot door iedere woensdag Indisch te koken voor in totaal zes gezinnen.

Ook de vertellers uit het boek ‘Antara Nusa‘ laten een strategie van wederzijdse integratie zien. Ze verhalen van Indonesische oma’s s die oppasmoeder van de hele straat werden in een tijd waarin kinderopvang nog niet voorhanden was; ze delen hun ervaringen als fulltime werkende vrouwen in een tijd waarin de meeste Nederlandse vrouwen de arbeidsmarkt nog moesten betreden; ze halen herinneringen op aan Indorock bandjes die met hun nieuwe muziekstijl een eerste jeugdcultuur introduceerden. Ze kijken terug op een tijd waarin Indische, Molukse en Indonesische jongens in het uitgaanslevens de harten van Hollandse meisjes veroverden, waarna het vaak op knokken uitliep – met de blote vuist wel te verstaan.

Etty, de zus van Peter Kuyp, tijdens een huisfeest

En ze verhalen van huisfeestjes en jamsessies in de huiskamer, een voorbode van de fuif die in de jaren zeventig haar opmars zou maken. Zo herinnert Peter Kuyp zich de huisfeesten die zijn ouders thuis organiseerden in de zojuist opgeleverde woonwijk Slotermeer. Om de Hollandse jeugd te verleiden om langs te komen, werd er een televisie aangeschaft en een platenspeler, waarna het Indisch eten de rest deed om te zorgen dat jongeren kind-aan-huis werden bij de familie Kuyp. Ook Lien de Scheemaker (Batavia, 1933) heeft herinneringen aan huisfeesten in Amsterdam. Zij herinnert zich feesten in Huize Holland, een pension in de stad, maar ook bij oma David thuis in Amsterdam Slotermeer. Ze zegt hierover:

‘Toen we eenmaal onze eigen woning hadden betrokken in Slotermeer, gingen we ook wel uit natuurlijk. En het mooie was: je had geen geld, maar toch was er altijd wel ergens een feest. Zo had je bijvoorbeeld feesten bij oma David. Zij was weduwe en had drie dochters en een zoon. Die dochters moesten natuurlijk beschermd worden, dus opende ze haar huis voor feestjes, zodat haar dochters de deur niet uit hoefden. Vanaf vijf uur kon je bij haar terecht, zij had dan al gekookt. Dan aten we eerst wat en daarna kon het feest beginnen. Soms dansten we wel tot zeven uur de volgende ochtend. Dan konden we direct door naar de heilige mis in de Catharinakerk en van daaruit reden we dan vaak met de brommer naar het Noordzeekanaal, waar we uiteindelijk in het gras in slaap vielen’.

Christien Sipasulta na aankomst in Amsterdam

De Molukse Christien Sipasulta (Soerabaja, 1936) herinnert zich ook de huisfuiven bij haar thuis. Zij vertelt:

In Amsterdam woonden we samen met negen andere Molukse marinegezinnen aan de Hilbert van Dijkhof te wonen in Slotermeer  Je had onder andere de families Manuputty en Paais, die aan de Manostraat woonden. Dan had je de familie Pattison. Zij woonden aan de Leeuwendalersweg woonde. En dan herinner ik me de familie Pelupessy die in de De Schaapherderstraat woonde. We komen ook veel bij elkaar over de vloer en geven fuiven, dat doen we om de beurt. Dan eens bij deze familie, dan bij die, en iedereen brengt wat te eten mee. We feesten meestal door tot vier uur in de ochtend – maar alleen als mijn vader uit varen is. Als hij thuis is, dan weet iedereen in onze straat: er wordt niet gefeest. Maar zodra hij weg is, stroomt ons huis weer vol en gaan we door waar we gebleven waren’.

Door hun levensstijl in Nederland voort te zetten, lieten nieuwkomers uit Indië/Indonesië Nederlanders kennismaken met een nieuwe, vrijere manier van leven en leefden zij als het ware voor hoe met verschillen en onderlinge diversiteit om te gaan. Indisch/Indonesische migranten hebben daarmee een wezenlijke bijdrage geleverd aan de samenleving zoals wij die nu kennen. Het wordt tijd om het verhaal achter het verhaal meer bekendheid te geven!

Ga naar Antara Nusa Campagne

mm

Yvette (1966) werd op Aruba geboren uit een Indische vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar vierde in Nederland. Als schrijver, onderzoeker en docent houdt ze zich al 20 jaar bezig met het verzamelen van levensverhalen van migrantenouderen, waaronder die van Indische Nederlanders. Delen is helen. Dat is de drijfveer waarmee ze levensverhalen zichtbaar maakt in boeken, websites en tentoonstellingen. Wanneer we mensen uitnodigen hun levensverhaal te delen, dan ontstaat er ruimte voor heling en verzoening, vertellers alsnog erkenning vinden voor ervaringen die al te lang genegeerd zijn.
In het verleden werkte Yvette onder andere bij Imagine Identity and Culture in Amsterdam Zuidoost en bij het Indisch Huis in Den Haag. Momenteel werkt zij vanuit haar eigen stichting Zieraad (.https://zieraad.wordpress.com/) aan diverse projecten die te maken hebben met het dekoloniseren van geschiedenis. Zo heeft Zieraad samen met Dana Saxon het lesprogramma Ancestors unKnown Nederland ontwikkeld, dat leerlingen aanmoedigt om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Op deze manier krijgen kinderen toegang tot onderbelichte geschiedenissen en hebben ze een belangrijke tool in handen om hun identiteit op een positieve manier te versterken.

Facebook Comments

Tagged with: , , , , ,