‘Weet iemand wat de naam is van de persoon achterin die onder de boog staat? Als hij Willem Niepce heet, dan is het mijn vader.’ Dat schrijft een zekere Gwen Hagen-Niepce als reactie op mijn blog ‘Een Indisch liefdessprookje’, nadat deze door Armando Ello gedeeld is op zijn Facebook pagina van Hoezo Indo. Ik vraag het na bij mijn vader, maar hij weet niets over hem te vertellen. Toch moet er een connectie, zijn, houdt Gwen vol, want zij herkent overduidelijk haar vader in het gezicht van de jongeman achterin. Dan mengt Richard, de zoon van Gwen, zich in het gesprek: ‘Rob Kopijn, ik heb de memoires van mijn opa gedigitaliseerd, ik zal eens op zoek gaan naar zijn verhalen! Misschien leuk als jullie dit dan ook kunnen zien/lezen?’ 

Richard en ik raken verder in gesprek op zoek naar een connectie. We stuiten op de naam Anton Franken, de naam van mijn overgrootvader, de vader van mijn oma. Er was een Anton Franken, maar dat kan niet mijn overgrootvader zijn geweest, want hij getrouwd met Marie Robijn, zus van Theodora Robijn, de oma van Gwen die gereageerd heeft op mijn blog. Maar dan ontdekt Richard in de memoires van zijn opa alsnog de naam van mijn overgrootvader. Hij blijkt een neef te zijn van deze Anton en leest dat deze Anton Franken twee dochters had: An en Tony, die later trouwde met Jan Kopijn, een kostjongen in huis. En dan zijn we er! Tony en Jan zijn mijn oma en opa!

Maar hoe zouden de familiebanden tussen de opa van Richard en mijn oma dan precies lopen? Op welke manier waren ze familie van elkaar? Om daar achter te komen teken ik het uit en dan blijkt: Willem Niepce, de opa van Richard (en vader van Gwen) was een aangetrouwde achterneef van Tony Franken, mijn oma. Geloof ik.

Van het boek: Herinneringen van een Indo
door Willem Theodoor Niepce (1909 – 2000)

Richard is zo aardig mij de memoires van zijn opa toe te sturen. Ik open het document en kijk in de ogen van een lieve oude man. Het gezicht van de jongeman uit de foto is er duidelijk in terug te vinden. Ik lees de memoires door. Het is een indrukwekkend egodocument, waarin Willem Niepce gedetailleerd verslag doet van de huizen waarin hij woonde, de tuin waarin hij speelde, de suikerfabriek van zijn vader, de bedienden die er thuis waren, de scholen die hij bezocht, etc. Omdat zijn ouders afgelegen wonen, moet Willem op zeker moment naar de stad om naar school te gaan, lees ik. In de stad gaat bij families in de kost.

En dan stuit ik op een tweede connectie. Opa Willem heeft als jonge jongen in de kost gezeten bij de familie Barneveld-Binkhuyzen, een voor mij welbekende naam! De familie Barneveld-Binkhuyzen woonde in Malang en hadden een dochter en twee zoons. Dit is wat opa Willem erover schrijft in zijn memoires:

Na de overgangsvakantie van de zesde naar de zevende klas kwam ik bij de familie Barneveld Binkhuyzen terecht, een vriend van Paatje. Het was een gezellige Indische familie: meneer zat vol grappen en z’n verhalen waren doorspekt met Maleise woorden en uitdrukkingen. Mevrouw was klein van stuk en erg gedwee; zij was een weesmeisje uit Soerabaja. Ze hadden drie kinderen; Lieke, zij was onderwijzeres in Makassar. Dan had je John, hij zat op de technische school (Kon. Emmaschool, de K.E.S.) in Soerabaja. En dan kwam Jules, de jongste zoon. Hij was nog thuis en zat op de Mulo. Hij was een echte opschepper maar zat ook vol grappen, net als zijn vader’.

Er is dus nog een connectie tussen de familie van Richard en Gwen en mijn familie, en die loopt via oom John en oom Jules, die beiden – zo blijkt bij navraag bij mijn vader – op de bewuste foto terug te vinden zijn. Oom John (staand in een wit pak) woonde net als mijn opa als kostjongen in bij de familie van mijn oma. Hij kreeg verkering met tante An (links aan de arm van oom John), de oudere zus van mijn oma, en zouden later in het huwelijk treden. Ook oom Jules, de jongere broer van oom John, zien we op de foto. Hij is de jongeman die gearmd met mijn opa op de grond zit. Zijn verkering is de jonge vrouw rechts van oom John. Jules en mijn opa lijken goede vrienden van elkaar – wat aannemelijk is, daar zij beide op dezelfde technische school zaten als waar ook broer John op gezeten had: de Koningin Emmaschool (K.E.S.) in Soerabaja. En zo komen drie families in een foto bij elkaar en zijn we via verschillende lijnen aan elkaar verwant.

Wat moet mijn opa zich gelukkig hebben gevoeld op het moment dat de foto genomen werd! Van de armoede van een KNIL-gezin en de Spartaanse opvoeding van zijn vader, naar de orde en tucht van het kindertehuis, naar de weelde en warmte van de familie Franken en de kameraadschap van zijn vrienden. En dan opa Willem Niepce die van dit alles meegenoot – waarschijnlijk tijdens een logeerpartij om zijn vriend Jules en diens broer John op te zoeken. Een verstild moment van geluk.

Gisteren schreef ik het al in mijn  blog: delen is helen. Wanneer we gaan praten over het verleden, dan komen we weer in contact met onze ervaringen en herinneringen en kunnen de emoties erachter alsnog gaan stromen en heling vinden. Maar vandaag krijgt mijn adagio opeens bijkomende, voor mij nieuwe laag van betekenis. Door te praten over ons verleden en ons te verbinden onze voorouders, met de mensen die ons voorgingen, geven we onszelf de kans om in verbinding te komen met de mensen die nu om ons heen zijn – en uiteindelijk ook met onszelf. En ik besef me: ook dat is de kracht van delen!

 

Ga naar Antara Nusa Campagne

mm

Yvette (1966) werd op Aruba geboren uit een Indische vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar vierde in Nederland. Als schrijver, onderzoeker en docent houdt ze zich al 20 jaar bezig met het verzamelen van levensverhalen van migrantenouderen, waaronder die van Indische Nederlanders. Delen is helen. Dat is de drijfveer waarmee ze levensverhalen zichtbaar maakt in boeken, websites en tentoonstellingen. Wanneer we mensen uitnodigen hun levensverhaal te delen, dan ontstaat er ruimte voor heling en verzoening, vertellers alsnog erkenning vinden voor ervaringen die al te lang genegeerd zijn.
In het verleden werkte Yvette onder andere bij Imagine Identity and Culture in Amsterdam Zuidoost en bij het Indisch Huis in Den Haag. Momenteel werkt zij vanuit haar eigen stichting Zieraad (.https://zieraad.wordpress.com/) aan diverse projecten die te maken hebben met het dekoloniseren van geschiedenis. Zo heeft Zieraad samen met Dana Saxon het lesprogramma Ancestors unKnown Nederland ontwikkeld, dat leerlingen aanmoedigt om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Op deze manier krijgen kinderen toegang tot onderbelichte geschiedenissen en hebben ze een belangrijke tool in handen om hun identiteit op een positieve manier te versterken.

Facebook Comments

Tagged with: , , ,