Het is vrijdagavond, ik ben pasta aan het koken. De Moesson van november is eerder die week op mijn deurmat gevallen met daarin een voorpublicatie van het levensverhaal van Lien de Scheemaker (Djakarta, 1933), kind van een gedeserteerde Belg en een Balinese prinses en een van de vertellers uit het boek.

Dan gaat mijn telefoon. Het is ene meneer Haaken: negentig jaar en bewoner van Huize Patria in Bussum, naar later zal blijken.

“Hallo? Bent u daar? Spreek ik met Yvette Kopijn?”

“Ja, daar spreekt u mee.”

“Ja, sorry dat ik u stoor, maar ik heb hier de Moesson in handen en zie daarin het levensverhaal van Lien. Ik ken Lientje heel goed, ik heb met haar broer in de klas gezeten en onze vaders waren bevriend met elkaar. Ik was daar kind aan huis – onze hele familie eigenlijk.”

“Nou, wat leuk! En wanneer heeft u haar voor het laatst gezien?”

“Dat moet vlak na de Japanse capitulatie zijn geweest, op 15 augustus 1945. Op dat moment was het gezin natuurlijk al niet meer compleet. Boy en Broer, de twee oudsten, waren aan het begin van de oorlog afgevoerd naar een werkkamp in Siam en alleen Boy overleefde het. Op de oorlog volgde die vreselijke Bersiap tijd en verloren we het contact.”

“Goh, en nu ziet u zomaar het verhaal van Lien in de Moesson!”

“Ja, ik ben ook heel blij verrast, hoor. Ik heb meteen de Moesson gebeld en zij gaven mij uw telefoonnummer.”
“Dus u zat met haar broer in de klas?”

“Ja, met Adee. Maar ik ken al haar broers en zussen nog, hoor! Eerst had je Boy, daarna kwam Broer, daarna Zus, dan had je mijn vriend Adee, daarna Poppie en tenslotte Lientje. Zij was een nakomertje. Ook haar ouders herinner ik me nog goed. Heel wonderlijk: haar vader zat altijd voor en haar moeder achter, bij de bedienden. Ze was een Balinese, dus wellicht voelde zich achter meer thuis.”

“Bijzonder, hoor! Alles wat u zegt klopt! En nu wilde u natuurlijk graag met haar in contact komen?”

“Nou, als dat zou kunnen!”

“Goed, ik bel haar nu meteen en bel u dan terug.”

Ik hang op, giet snel de inmiddels tot moes gekookte broccoli af en doe een deksel op de pan met afgegoten pasta. Dan bel ik Lien.

“Lien de Scheemaker hier.”

“Lien, ik heb heel bijzonder nieuws. Frans Haaken heeft zich zojuist bij mij gemeld. Hij heeft bij jouw broer Adee in de klas gezeten. Mag ik jouw nummer aan hem doorgeven?”

“God ja, Frans Haaken … ik herinner hem nog, hij was de beste vriend van Adee … Maar is hij dan niet heel erg oud inmiddels? Nou ja, laat hem maar bellen, hoor.”

Ik gooi wat pasta op twee borden, leg de doorgekookte broccoli erop en zeg mijn jongens dat ze alvast moeten gaan eten. Ik bel meneer Haaken terug om hem het nummer van Lien door te geven. Hij is er duidelijk blij mee.

“Hallo meneer Haaken, ze vindt het goed hoor! Hier heeft u haar nummer.”

“God, dat is toch mieters! Wie had dat nou gedacht! Na al die jaren! Ik zal haar morgen direct bellen. Maar dan wel in de middag, want in de ochtend is het te druk bij mij thuis en om half twaalf moet ik alweer naar beneden voor de Indische maaltijd.”

“Doet u rustig aan, meneer Haaken. Lien loopt niet weg.”

“Op haar leeftijd zeker niet!”

We moeten beide lachen om zijn indische humor en dan praten we nog wat na over het Djakarta van vroeger en hoe hij als Indische jongen in het naoorlogse Indië/Indonesië vaak discriminatie ervoer op de werkvloer, waarbij hij bij een Indonesische werkgever veelal als Belanda werd gezien en bij een Nederlandse werkgever juist als Indonesiër.

We hangen op, de pasta die nog steeds op mij staat te wachten is inmiddels geheel afgekoeld en niet meer te eten, maar dat hindert niet. Het vervult me met een warm gevoel dat deze twee mensen elkaar op deze leeftijd alsnog mogen terugvinden.

Ik ben reuze benieuwd hoe Lien en Frans hun hernieuwde contact ervaren hebben, dus daarover meer. En natuurlijk zal ik er persoonlijk voor zorgen dat meneer Haaken de boekpresentatie zal kunnen bijwonen. Ik reserveer alvast een stoel voor hem naast die van Lien.

Ga naar Antara Nusa Campagne

 

 

mm

Yvette (1966) werd op Aruba geboren uit een Indische vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar vierde in Nederland. Als schrijver, onderzoeker en docent houdt ze zich al 20 jaar bezig met het verzamelen van levensverhalen van migrantenouderen, waaronder die van Indische Nederlanders. Delen is helen. Dat is de drijfveer waarmee ze levensverhalen zichtbaar maakt in boeken, websites en tentoonstellingen. Wanneer we mensen uitnodigen hun levensverhaal te delen, dan ontstaat er ruimte voor heling en verzoening, vertellers alsnog erkenning vinden voor ervaringen die al te lang genegeerd zijn.
In het verleden werkte Yvette onder andere bij Imagine Identity and Culture in Amsterdam Zuidoost en bij het Indisch Huis in Den Haag. Momenteel werkt zij vanuit haar eigen stichting Zieraad (.https://zieraad.wordpress.com/) aan diverse projecten die te maken hebben met het dekoloniseren van geschiedenis. Zo heeft Zieraad samen met Dana Saxon het lesprogramma Ancestors unKnown Nederland ontwikkeld, dat leerlingen aanmoedigt om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Op deze manier krijgen kinderen toegang tot onderbelichte geschiedenissen en hebben ze een belangrijke tool in handen om hun identiteit op een positieve manier te versterken.

Facebook Comments

Tagged with: , , , ,