Even over Loek: u weet wel, de Indische schone, nu 88 jaar, waar ik mijn eerste blog aan wijdde.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het gaat niet goed met Loek. Twee weken geleden had ik haar gebeld om te horen hoe het met haar ging, omdat we haar al een poosje niet op de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam hadden gezien. Het gesprek had een wat verwarrend begin gehad:

‘Ja, hallo? Wie is daar?’

‘Ik ben het Yvette van het vertelproject Antara Nusa.’

‘……………… Yvette? Maar zo heet ik helemaal niet, ik heet Loek.’

‘Nee, ik heet Yvette. Ik ben Yvette, weet u wel? Die bezig is uw verhaal op te schrijven in een boek.’

‘……………… Oh! Jij bent Yvette van het boek! Ja, nou weet ik het weer!’

‘Hoe gaat het met u?’

‘Nou, het gaat niet goed, hoor. Ik ben een paar weken terug op mijn achterhoofd gevallen toen ik op de markt was om boodschappen te doen en daarna ben ik even helemaal de weg kwijt geweest. Het gaat nu iets beter, maar ik wil nog niet veel, hoor. Heb nergens zin in. En hier thuis is het ook maar een dooie boel, dus nee, het gaat niet zo goed.’ Natuurlijk schrok ik van het nieuws, dus maakte ik direct een afspraak om langs te komen. Vorige week was ze het glad vergeten, dus verzetten we onze afspraak naar vandaag en nu is het dan zover.

Met een bos bloemen in de ene hand en een handgemaakte appeltaart in de andere bel ik bij haar aan. De vrouw die een paar maanden geleden nog liep als een kievit, lijkt er nu een eeuwigheid over te doen om bij de voordeur te komen, maar als ze uiteindelijk opendoet is ze blij verrast mij te zien:

‘Oh, ben jij het! Van het boek toch? Nou, kom erin., dan zet ik thee. Wat fijn dat je er bent.’

Na heel wat heen en weer gedrentel, zetten we ons uiteindelijk neer met kopjes thee en twee appelpunten op  porseleinen schoteltjes. Al gauw halen we herinneringen op aan vroeger. Ik probeer aan de zonnige kant van haar traumatische verleden te blijven, dus ik vraag haar te vertellen over haar verkerings- en verlovingstijd met de man die uiteindelijk haar echtgenoot zou worden. Ze vindt het zichtbaar fijn om terug te gaan naar de tijd dat zij met haar moeder en zus naar Nederland vertrok, haar geliefde achterlatend op de kade, en terug te denken aan de vele telegrammen die hij haar na het afscheid stuurde, totdat hij haar op een dag vroeg of ze zij zich met hem wilde verloven. Toen ze ‘ja’ zei, had hij de verlovingsring per post naar Amsterdam verstuurd, waarna ze op een vooraf afgesproken tijdstip de ring om hun eigen vinger schoven. Twee jaar na de verloving trouwde Loek in Nederland ‘met de handschoen’ en reisde ze een paar maanden later terug naar Indië/Indonesië om daar opnieuw te trouwen. Het idee was om zich daar voorgoed te settelen, maar toen het Hollandse kantoor waar ze beide werkten haar deuren sloot, kwamen ze voorgoed terug naar Nederland.

In Nederland ging het mis. Na de geboorte van haar kind, waar ze zich zo op verheugd had, kreeg Loek ‘last van de oorlog’ en raakte zichzelf kwijt in ernstige depressies. Pas tien jaar geleden krabbelde ze op, toen ze de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam begon te bezoeken. Ze vond het fijn om onder haar eigen mensen te zijn: mensen die haar begrepen en wisten wat ze had doorgemaakt. En nu was ze ineens weggebleven.

Ik heb mijn laptop meegenomen en laat haar zien hoe haar levensverhaal er in het boek uit zal gaan zien. Haar ogen zijn nog goed, zelfs op enige afstand haalt ze er flarden tekst uit die haar aandacht trekken:

‘God, ik lees hier over mijn vader. Dat hij zo vroeg stierf en dat daarna eigenlijk direct de oorlog begon. En hier lees ik dat we in het kamp moesten patjollen (grond bewerken met een schep) – ook de kinderen. En dat was ook zo. Iedereen moest werken in het kamp, honger of geen honger. Goh, en hier zie ik mijn trouwfoto die gemaakt werd in Surabaja. Dat was zo’n gekke dag! Er was helemaal geen familie bij, want iedereen zat in Holland. Oh, dat schrijf je hier ook! Nou, dat is toevallig!’

Omdat ze zo naar de tekst getrokken wordt, stel ik haar voor haar levensverhaal aan haar voor te lezen. Haar leven kende vele pijnlijke en verdrietige momenten, dus ik moet goed opletten hoe haar verhaal te brengen. We komen er redelijk zonder kleerscheuren doorheen. Als ik klaar ben, zwijgt ze even en dan zegt ze:

‘Goh, dat ik dat allemaal heb meegemaakt – en dat ik dat allemaal aan jou verteld heb! Dat wist ik niet meer! Maar zoals je het schrijft, is het geloof ik ook echt gegaan, hoor! Het is allemaal waar. En dan denk ik weleens: wat gaat het leven toch snel aan je voorbij eigenlijk…….’

We drinken zwijgend onze thee en dan probeer ik een overstap te maken naar het hier en nu – even weg van het verleden. Wat gebeurt er zoal in haar leven? Ze vertelt dat er elke week iemand langskomt van de kerk om haar in de gaten te houden. Dat haar kleinkinderen hun oma hebben opgegeven voor een verzorgingstehuis bij hen in de buurt, omdat ze het thuis ‘eigenlijk vreselijk’ vindt, zo in haar eentje. Dat ze wel naar de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam toe zou willen, maar zo opziet tegen de reis er naartoe. We spreken af dat ik haar bij de volgende soosmiddag kom ophalen om haar er persoonlijk naartoe te brengen.

Eenmaal buiten word ik overvallen door emotie. Zo hard kan het dus gaan als je oud bent. Je glijdt uit, je valt en opeens ziet het leven er heel anders uit. De vraag die ik aan jullie allen wil stellen is: wat doen we met onze ouderen? Wat doen we met de generatie die de ontwrichtende tijd van oorlog, Bersiap, onafhankelijkheidsoorlog en gedwongen migratie doorstaan heeft en die nu, ver weg van hun geboortegrond, oud is geworden? Natuurlijk, we moeten hun verhalen en herinneringen zoveel mogelijk vastleggen, voordat ze verloren gaan. Maar laten we hen dan ook meteen onze liefde en warmte geven. Zodat niemand van hen zich alleen of ontheemd hoeft te voelen.

Ga naar Antara Nusa Campagne

 

mm

Yvette (1966) werd op Aruba geboren uit een Indische vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar vierde in Nederland. Als schrijver, onderzoeker en docent houdt ze zich al 20 jaar bezig met het verzamelen van levensverhalen van migrantenouderen, waaronder die van Indische Nederlanders. Delen is helen. Dat is de drijfveer waarmee ze levensverhalen zichtbaar maakt in boeken, websites en tentoonstellingen. Wanneer we mensen uitnodigen hun levensverhaal te delen, dan ontstaat er ruimte voor heling en verzoening, vertellers alsnog erkenning vinden voor ervaringen die al te lang genegeerd zijn.
In het verleden werkte Yvette onder andere bij Imagine Identity and Culture in Amsterdam Zuidoost en bij het Indisch Huis in Den Haag. Momenteel werkt zij vanuit haar eigen stichting Zieraad (.https://zieraad.wordpress.com/) aan diverse projecten die te maken hebben met het dekoloniseren van geschiedenis. Zo heeft Zieraad samen met Dana Saxon het lesprogramma Ancestors unKnown Nederland ontwikkeld, dat leerlingen aanmoedigt om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Op deze manier krijgen kinderen toegang tot onderbelichte geschiedenissen en hebben ze een belangrijke tool in handen om hun identiteit op een positieve manier te versterken.

Facebook Comments

Tagged with: , , ,