Geregeld vragen mensen mij: ‘Yvette, je bent altijd maar bezig om naar de verhalen van anderen te luisteren, hoe zit het eigenlijk met jouw eigen verhaal? Ben je eigenlijk niet onbewust bezig om de aandacht bij jezelf vandaan te houden?’ Misschien wordt het tijd om de aandacht te richten op mijn eigen levensverhaal – of in elk geval het begin daarvan: mijn eigen geboorte.

Mijn zus en ik op de baby beach op Aruba

Ik ben op 10 oktober 1966 geboren op Aruba. Bij toeval zeg ik altijd, want mijn vader had zich na het doorlopen van de kweekschool voor vijf jaar laten uitzenden naar Aruba om daar als onderwijzer les te geven aan het Fatima College. Een stap die meer Indische mensen zetten in die tijd omdat ze in Nederland hun draai niet goed konden vinden, ben ik me pas later gaan beseffen. Mijn zus Sandra was in 1964 in Bennekom geboren, waar mijn vader naast zijn werk op de lagere school Nederlandse les gaf aan Indonesische spijtoptanten. In 1965 waren ze met zijn drietjes naar Aruba vertrokken, waar ik een jaar later het levenslicht zag. Zoals in de meeste gemengdbloedige families was het voor mijn ouders een verrassing hoe ik eruit zou zien. Terwijl mijn zus een donker gezichtje had in een Indisch gelaat, kwam ik ter wereld als een bleek kind met blauwe ogen – die ik van mijn Indische opa geërfd had, niet van mijn ouders.

In mijn geboorteboek vind ik, behalve foto’s van een wel heel mollige baby – mijn moeder lengde de melk expres te dik aan, omdat ze bang was dat ik in de tropenhitte te weinig aan zou komen – een envelop ‘Post uit Holland’ terug en ‘Reacties van de 4e klas van het Fatima College’. In deze envelop tref ik prachtige tekeningen aan met hartverwarmende boodschappen voor mij en mijn ouders, geschreven door leerlingen uit de klas van mijn vader. Sommigen van hen hebben hun naam op de achterkant van de tekening gezet.

Zo is er Rozie Grell, zij schrijft: ‘Lieve Yvette, je bent zo lief en klein! Je ligt lekker in het bed van je moeder Ik ben blij dat je geboren bent. Dag lieve Yvette, dag, dag!‘ Charisse richt het woord tot mijn moeder, ze schrijft: ‘Dag mevrouw, ik had gehoord dat u een baby had gekregen. Meneer had iets lekkers meegebracht, het smaakte heerlijk! En hoe gaat het met het kindje? Is het leuk? Dag mevrouw, groet de baby voor me!‘ En dan nog deze krabbel van Caroline Molina. Zij lijkt een vooruitziende blik te hebben wat mijn gewicht betreft: ‘Gefeliciteerd mevrouw en meneer Kopijn, en Sandra. Dag meneer, tot morgen! P.S. En baby Yvette, is zij dik of dun?‘ Ik word er altijd blij van als ik deze prachtige tekeningen en lieve briefjes door mijn handen laat gaan. Wat een zegen dat ik mijn leven omringd door zoveel liefde heb mogen beginnen!

De eerste vier jaar van mijn leven bracht ik op Aruba door. Hoewel ik geen woordelijke herinneringen aan die tijd heb, heb ik Aruba wel opgeslagen in mijn zintuigen en in mijn hart. Ik herinner mij de zon op mijn gezicht, de wind die door mijn haren gaat, de zoute smaak van de zee, het zand dat tussen je tenen glipt en vooral de warmte van de mensen. In 1970 kondigde mijn moeder aan dat we naar Nederland zouden gaan. ‘Het is er een stuk kouder dan hier,’ waarschuwde ze mij, ‘dus je zult een vest moeten dragen en sokken in je sandalen’. Nadat we al onze poezen en aangelopen zwerfkatten naar het asiel hadden gebracht, begonnen we aan onze reis. Het was heel verwarrend voor mij. We gingen eerst met de boot naar Caracas, daarna met een boot naar Rome vervolgens met het vliegtuig naar Barcelona, om uiteindelijk met het vliegtuig op Schiphol aan te komen. Bij elke stop dacht ik dat we in Holland waren aangekomen, en dat het met die kou dus wel meeviel – totdat we in Amsterdam aankwamen.

Met Marlies tijdens mijn eerste carnaval

Een jaar lang ben ik volledig in paniek geweest. Ik was bang voor het koude weer, de wind en de regen, maar vooral voor de kilheid van de mensen. Volwassenen, die zeiden jou te kennen, omdat het je ‘familie’ was – een concept dat mij vreemd was, ik wist bij God niet wat ‘familie’ was – maar ook kinderen vond ik eng. Ze waren zo anders, zo gewiekst.  En als ik mijn moeder vroeg om net als op Aruba onze voordeur open te laten staan, zodat alle kinderen langs konden komen om te spelen, dan braken ze de boel af. Met de hulp van mijn vriendinnetje Marlies, die ik leerde kennen nadat we van Gouda naar Haarlem waren verhuisd, heb ik er toch nog drie jaar over gedaan om me veilig en senang te voelen in Nederland, al heb ik nooit helemaal kunnen wennen aan de Nederlandse mentaliteit.

Migratie is een emotioneel proces, het doet iets met je dat je je verdere leven met je meedraagt. Migrant en relatieve buitenstaander blijf je je hele leven. Wie het zelf heeft meegemaakt, weet wat ik bedoel. Het heeft lang geduurd voordat ik ergens heb kunnen aarden, en na zoveel verhuizingen en omzwervingen vind ik dat nog steeds een uitdaging. Maar ik ben blij en dankbaar dat ik me sinds een jaar of tien in ieder geval thuis voel hier in mijn eigen buurt, en dat mijn kinderen zo geworteld zijn dat ik van hen de buurt niet eens uit mag! En zo zorgen mijn katjangs er uiteindelijk nog voor dat ik toch nog wortel schiet in dit koude kikkerland – al is het maar op de paar honderd vierkant meter van mijn eigen buurt…

Ga naar Antara Nusa Campagne

 

 

 

 

 

 

 

Facebook Comments

Tagged with: , , ,