Een aantal weken geleden bezocht ik Twie Tjoa, een van de vertelers uit het boek ‘Antara Nusa’, om foto’s uit te zoeken voor het boek. Twie werd geboren in 1943 in Soerabaja en is van Indonesisch-Chinese afkomst. Twie is niet alleen verbonden aan de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam, maar ook een dierbare vriendin. In 2005 leerden wij elkaar kennen toen wij samenwerkten aan het oral history project ‘Haar Geschiedenis’ , een website met levensverhalen van migrantenvrouwen, waaronder die van Marokkaanse, Surinaamse en Indische vrouwen, gefinancierd door het vrouwenarchief dat nu Atria heet. Sindsdien hebben we geregeld contact en zorgen we er altijd voor dat we weten hoe het met de ander gaat.

Twie (rechts) en haar tweelingszus Siong

Twie heeft een heel bijzonder levensverhaal waarin Oost en West op wonderbaarlijke wijze samenkomen. Twie werd samen met haar tweelingzus Siong geboren uit twee Indonesisch-Chinese ouders. Ze groeide op in een katholiek gezin met innige banden met hun Indonesisch-Chinese grootfamilie. Het ouderlijk huis stond in een gemengde buurt, waar Peranakan Chinezen, Javanen, Ambonezen en Indische mensen met elkaar samen leefden. Van de Japanse bezetting kreeg het gezin weinig mee, net zomin als ze getroffen werden door de Bersiap periode die daarop volgde. Voor hen kwam de slag pas eind 1957, toen Soekarno zijn dekolonisatiepolitiek inluidde. Alles wat Nederlands was werd uit het dagelijkse leven verbannen, terwijl iedereen met een Nederlands paspoort sommeerde om het land te verlaten. Na het vertrek van de Hollanders leek het alsof er een nieuwe zondebok gezocht moest worden. Er ontstond een hetze tegen de Peranakan Chinezen, die in toenemende mate te maken kregen met geweld en intimidatie.

Begin jaren zestig werd de situatie zo nijpend dat het gezin Tjoa besloot om het land te ontvluchten. Chinezen mochten in die tijd het land niet uit, behalve wanneer je een buitenlands paspoort had. Via de  Taiwanese ambassade werden buitenlandse paspoorten bemachtigd, waarna ze in het diepste geheim naar Singapore vlogen. Doordat Nederland inmiddels met Indonesië in conflict was gekomen vanwege de kwestie rondom het voormalig Nieuw-Guinea, kon het gezin niet doorreizen naar Nederland. Er werd contact gezocht met de bisschop van Suriname, die garant wilde staan en het gezin liet overkomen naar Suriname.

Twie en Siong bij de padvinderij in Suriname

Vanaf het moment dat Twie voet aan Surinaamse bodem zette, voelde ze zich voorgoed verbonden met Suriname en ervoer ze voor het eerst in haar leven wat vrijheid betekende. Van de relatief onveilige situatie waaraan ze ontsnapt was, kwam ze in Suriname terecht in een warm bad. Twie en haar tweelingzus Siong werden direct opgenomen in de Chinese gemeenschap in Suriname, waardoor het geen enkele moeite kostte om zich in hun nieuwe land welkom en thuis te voelen.

Tweemaal in haar leven maakte Twie van dichtbij mee hoe een voormalige kolonie zich losmaakte van Nederlandse overheersing. Ze was erbij toen eind 1957 de Nederlandse school verruild werd voor een Indonesische en ze elke schooldag moest aantreden om de Indonesische vlag te hijsen en het Indonesische volkslied te zingen – een ritueel dat veel indruk op haar maakte. Achttien jaar later was ze er ook bij toen in een overvol stadion in Paramaribo op 25 november 1975 de onafhankelijkheid van Suriname werd uitgeroepen. Het zijn ervaringen die haar  hebben gevormd tot wie zij is: niet zozeer een nationalist, maar eerder een internationalist die zich langs verschillende continenten solidair weet met emancipatiebewegingen wereldwijd en zich daar ook voor inzet – vooral waar het de emancipatie van vrouwen betreft.

Twie en ik (en Nancy Jouwe)

Vanaf het eerste moment dat ik Twie leerde kennen, draag ik haar in mijn hart. Niet alleen omdat wij beiden een emotionele band met Indonesië en Suriname onderhouden, maar ook omdat zij in haar persoonlijkheid op een hele prettige wijze een Surinaams soort warmte weet te combineren met een Chinees soort kalme wijsheid. Met haar persoonlijkheid wijst zij mij de weg hoe ik mij als Indische vrouw met wortels in de Cariben kan bewegen in een Hollandse landschap, zonder mijn eigenheid te verliezen. Twie leert mij om mijn warme en empathische kant te waarderen en mijn bescheidenheid te koesteren, zonder mij daarmee kwetsbaar te maken, maar juist de sterkte vrouw te blijven,  die weet wat ze doet en waar ze voor staat.

Lieve Twie, bedankt voor jouw steun en jouw vriendschap. Je hebt een speciaal plekje in mijn hart!

 

Ga naar Antara Nusa Campagne

Facebook Comments

Tagged with: , ,