Gisterenavond liep onze crowdfunding voor het vertelproject Antara Nusa ten einde. Ik bracht de laatste uren door in het warme gezelschap van Armando Ello, verantwoordelijk voor de prachtige fotoportretten van de vertellers die in het gelijknamige boek aan het woord komen, van Edith Baartmans, ook bekend als Tante Toetie, en mijn vader, inmiddels 78 jaar oud. We gingen live op Facebook, dus een ieder die heeft ons daar vond, kon meekijken. Het werd een gedenkwaardige manier om een gedenkwaardige maand af te sluiten.

Wat is er veel gebeurd sinds we de crowdfunding startten – sinds we dit vertelproject startten!

Vanochtend bij het wakker worden ben ik er stil van. Zoveel jaar heb ik de verhalen over mijn familie, en de Indische groep waaruit zij voortkomen, voor me gehouden. Alweer meer dan 10 jaar geleden kwamen Hanoch Nahumury (secretaris van Stichting Nusantara Amsterdam) en ik elkaar tegen en opperden we het idee voor een boek met levensverhalen van de bezoekers van de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam. Maar al snel verdween het idee in de ijskast.

Niet alleen omdat ik een moeilijke tijd doorging, maar ook omdat ik voorrang wilde geven aan mijn onderzoek naar de levens en ervaringen van Javaans-Surinaamse vrouwen, een groep waarover nog meer gezwegen werd dan mijn eigen groep. Surinaamse Javanen werden tussen 1890 en 1939 door Nederlandse kolonialen van de ene kolonie naar de andere overgebracht omdat het hen verstandig leek, humaan zelfs, om dat waar Java een overschot aan had, over te hevelen naar dat waar Suriname na de afschaffing van de slavernij een tekort aan had: arbeidskrachten. Zeker in de beginperiode leefden zij onder dezelfde erbarmelijke omstandigheden, zij het nu tegen een hongerloontje. Het manuscript ligt nog steeds op mij te wachten. Het wordt waarschijnlijk mijn volgende boek.

Hormat

De afgelopen twintig jaar heb ik af en aan gewerkt aan mijn onderzoek – niet alleen om meer bekendheid aan de geschiedenis van Javaanse Surinamers te geven, maar ook om hormat (respect) te geven aan de Javaanse voormoeders waaruit de Indische groep voortkomt, in het bijzonder mijn eigen Javaanse overgrootmoeders van oma’s kant.  Waar ik in al die jaren niet aan toe kwam, was mijn eigen verhaal. Nu ik de vijftig gepasseerd ben, komt steeds sterker het verlangen naar boven om ook het verhaal van mijn eigen groep te vertellen. Is het niet ongelooflijk pijnlijk dat ik vorig jaar tijdens een gastcollege aan studenten geschiedenis van de Universiteit van Leiden, moest constateren dat er niet één student was die mij kon uitleggen wie Indische Nederlanders zijn? En dat na 70 jaar aanwezigheid in Nederland?

En dus ben ik gaan schrijven – niet alleen het boek, maar ook de blogs van de afgelopen weken, daartoe uitgedaagd door Armando. En ik ben blij dat ik die uitdaging ben aangegaan. Eindelijk konden al die verhalen die al die tijd ronddoolden in mijn hoofd hun weg naar buiten vinden. Het is jaren heel erg druk in mijn hoofd geweest, en nu voelt het er een stuk rustiger, opgeruimder.

Coming to terms
mijn bureau na het voltooien van het manuscript

Wat ik niet direct had verwacht is dat het vertellen van mijn eigen familieverhalen mijzelf heling zou brengen – net zoals ik dat vaak bij de vertellers die ik interview heb zien gebeuren. Een soort coming to terms met het verleden door verbinding te maken met degenen die voor je gingen en jezelf vervolgens in hen te herkennen. Door verbinding te maken met de (Indische) mensen om mij heen, die ik heb weten te raken met mijn blogs en die erop reageerden door hun eigen verhalen en herinneringen met mij te delen. En verbinding te maken met mijn eigen familie, waarvan ik het bestaan soms voor het eerst ontdekte.

Dit boek werd geschreven in een tijd die niet makkelijk was voor mij. Ik heb er moeten vechten om er ruimte voor te scheppen. Maar met dat haast bezwerende optimisme dat mijn oma mij via mijn vader meegaf, heb ik doorgezet. Omdat ik wist dat schrijven uiteindelijk heling en geluk zou brengen; een life line zou blijken te zijn om me door de tijd heen te slaan, maar ook waarmee ik de kern kon (her)vinden van wie ik moet zijn in dit leven. Vasthouden aan wat mooi en goed is, wat van jou is en uitdrukt wie je bent: mijn oma overleefde er een oorlog, een dekolonisatie periode en een migratie mee, en ik doorstond er mijn eigen strijd mee. En nu weet ik dat het waar is als ik zeg: ‘We lose ourselves in the things we love, we find ourselves there, too.’

Dankbaar

Enorm dankbaar en blij ben ik met de 172 donateurs die samen 91 % van het doelbedrag ophaalden. We hebben inmiddels gehoord dat een aantal donateurs aan djam karet (elastieke tijd) wil doen, dus het aantal zal vandaag nog enigszins oplopen. Aan een ieder die ons heeft gesteund, en hun geloof en vertrouwen in het boek heeft gesteld voordat het er is, kan ik alleen maar zeggen: terima kasih! Het is niet in woorden uit te drukken wat jullie steun voor mij betekent! Door te delen, worden we meer. Dat is het motto waarmee we dit vertelproject begonnen en waarmee we eindigen. Want als de crowdfunding iets heeft bewezen, dan is het dat wel!

Facebook Comments

Tagged with: