Afgelopen zondag was er op televisie een uitzending van Buitenhof te zien, waarin gedebatteerd werd over ‘De zwarte bladzijde in onze geschiedenis.’ Ik had het gemist, omdat ik ondergedompeld was in mijn blogs en de crowdfunding, maar gisterenavond raadde mijn vriendin me aan om er toch eens naar te kijken.

In de uitzending waren Taco Dibbits (directeur Rijksmuseum), Willem Schinkel (hoogleraar Sociale Theorie) en Femke Halsema (ex-politica en publicist) om de tafel verenigd om het onderwerp nader te bespreken. Behalve het feit dat er uitsluitend witte mensen aan tafel waren uitgenodigd, was vooral het betoog van Femke Halsema opvallend. Volgens haar was het belangrijk voor de identiteit van ons land dat we onze geschiedenis kennen en onder ogen zien, inclusief de minder plezante episoden zoals het slavernijverleden en het koloniale verleden. Maar tegelijkertijd vond ze het jammer dat elke terugblik op het Nederlandse verleden tegenwoordig omgeven werd door schuld en schaamte. Dat zorgde er volgens haar voor dat mensen zich ongemakkelijk gingen voelen en schroom kregen erover te praten, waardoor het verleden direct weer met een deksel bedekt werd. In plaats van schuld en schaamte op te werpen, zou er volgens Halsema veel meer onderzoek gedaan moeten worden naar de ‘zwarte’ bladzijden in de Nederlandse geschiedenis. Dus eerst de vraag naar schuld onderzoeken, voordat we kunnen vaststellen dat we als natie schuldig zijn – of in ieder geval ‘niet onschuldig’, zoals Wim Schinkel stelde.

Met toenemende verwondering heb ik haar redenering gevolgd. Die zegt natuurlijk vooral iets over Femke Halsema zelf. Waar ik me aan stoor is niet alleen dat ze voorbij lijkt te gaan aan al het onderzoek dat inmiddels is gedaan naar het Nederlandse koloniale verleden; vooral dat ze zo gevangen zit in haar eigen eurocentrische perspectief en zo weinig in staat is om voorbij haar eigen horizon te kijken verwondert me en baart me tegelijkertijd zorgen.

Waarom gaat het in discussies over het koloniale verleden vrijwel altijd over zaken die witte mensen aangaan of dwars zitten? Is het ‘leed’ dat witte mensen wordt aangedaan, omdat ze zich oncomfortabel zouden voelen bij een opgeworpen schuldvraag, meer waard dan het leed dat anderen is aangedaan onder Nederlandse koloniale overheersing? En waarom worden nazaten van het koloniale verleden niet aan diezelfde tafel uitgenodigd, zodat ook hun stem gehoord en vertegenwoordigd is en er een dialoog op gang kan komen waarin verschillende perspectieven gedeeld en uitgewisseld worden, waarna ieder met een breder perspectief naar huis gaat dan dat zij gekomen zijn? Het zijn vragen die de hoogleraar Wim Schinkel gelukkig ook opwierp, maar die niet goed tot Halsema leken door te dringen.

De hele uitzending van Buitenhof doet me denken aan de uitzending ‘Een mooi woord voor oorlog’  die op 2 september werd uitgezonden en waarin de heropening van het onderzoek naar wat we vroeger ‘Politionele Acties’ noemden, maar tegenwoordig aanduiden met ‘dekolonisatieoorlog’ werd aangekondigd. Heel bevreemdend om te zien hoe Robert Trip tijdens die uitzending op een misplaatst opgewekte, bijna opgewonden toon verslag deed van het op handen zijnde onderzoek, alsof hij prinsjes- of koningsdag versloeg – en dan ook nog eens vanuit een uitsluitend eurocentrisch perspectief ! Goed, aan het eind van de uitzending werd heel even het woord gegeven aan de inmiddels meervoudig bekroonde Indische schrijver Alfred Birney. Ook hem viel het op dat het onderzoek vooral gedreven werd door de vraag naar schuld. Volgens Birney een hele misplaatste vraag die de Nederlanders niet paste, omdat ze de dekolonisatieoorlog verloren hadden – niet gewonnen. Veel interessanter dan de schuldvraag op te werpen was volgens Birney om te kijken hoe de verschillende betrokken partijen zich de dekolonisatieoorlog herinnerden en hoe zij zich er jaren na dato toe verhielden, om zo vanuit meerdere perspectieven naar dit stuk verleden te kijken. Zijn oproep tot inclusieve geschiedschrijving werd in de kiem gesmoord. Het laatste woord werd aan onderzoeksleider Gert Oostindie gegeven, die de door Birney opgeworpen vragen eloquent terzijde schoof zonder Birney de kans te geven om zijn weerwoord te geven, waarna de aftiteling werd ingezet.

Inclusieve geschiedschrijving, kennis nemen van elkaars perspectief en beleving van onze gedeelde geschiedenis, jezelf buiten het centrum plaatsen en vanuit die gedecentreerde positie met een lerende houding naar elkaars verhalen en ervaringen luisteren – voorbij de vraag naar schuld. Dat is ook wat ik met het boek ‘Antara Nusa’ probeer te bereiken. In het boek komen Indische, Molukse, Timorese, Indo-Chinese en zelfs Surinaamse vertellers aan het woord, die ieder vanuit hun eigen positie steeds een ander licht werpen op de ontwrichtende periode van oorlog, dekolonisatie en (gedwongen) migratie. Door ruimte te geven aan meerstemmigheid, ontstaat er direct ook ruimte voor erkenning – een woord dat Dibbits gelukkig ook in de mond nam – en voor heling en verzoening. Het is het soort dialoog dat bij de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam als heel gewoon wordt ervaren, maar eigenlijk ontzettend bijzonder is. Ouderen met wortels in Indië/Indonesië die in het verleden lijnrecht tegenover elkaar stonden, zijn bij Nusantara Amsterdam in staat om, voorbij hun eigen schaduw, en met respect en begrip naar elkaars perspectief te luisteren  – en dat kunnen ze, omdat ze in Indië/Indonesië gesocialiseerd werden in een multiculturele samenleving. Wellicht dat we Femke Halsema eens uit moeten nodigen om langs te komen bij deze groep ouderen …

Ga naar Antara Nusa Campagne

mm

Yvette (1966) werd op Aruba geboren uit een Indische vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar vierde in Nederland. Als schrijver, onderzoeker en docent houdt ze zich al 20 jaar bezig met het verzamelen van levensverhalen van migrantenouderen, waaronder die van Indische Nederlanders. Delen is helen. Dat is de drijfveer waarmee ze levensverhalen zichtbaar maakt in boeken, websites en tentoonstellingen. Wanneer we mensen uitnodigen hun levensverhaal te delen, dan ontstaat er ruimte voor heling en verzoening, vertellers alsnog erkenning vinden voor ervaringen die al te lang genegeerd zijn.
In het verleden werkte Yvette onder andere bij Imagine Identity and Culture in Amsterdam Zuidoost en bij het Indisch Huis in Den Haag. Momenteel werkt zij vanuit haar eigen stichting Zieraad (.https://zieraad.wordpress.com/) aan diverse projecten die te maken hebben met het dekoloniseren van geschiedenis. Zo heeft Zieraad samen met Dana Saxon het lesprogramma Ancestors unKnown Nederland ontwikkeld, dat leerlingen aanmoedigt om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Op deze manier krijgen kinderen toegang tot onderbelichte geschiedenissen en hebben ze een belangrijke tool in handen om hun identiteit op een positieve manier te versterken.

Facebook Comments